gestalt

Gestalt in een notendop

Wat is zo bijzonder aan Gestalt?

Gestalt schittert in haar eenvoud. Het gaat over vrijheid herstellen waar deze door patronen (trauma’s) verloren is gegaan. Daarvoor is er een verfijnde verdieping nodig in de begrippen “ gewaar worden”  en “ contact maken”.

Gewaarworden is iets dat dagelijks van moment tot moment plaats vindt. Steeds wordt een mens door zijn omgeving geraakt. Dit begint met lichamelijk waarnemen of lichamelijk opmerken, gaat over in voelen en mondt uit in een behoefte die richting geeft aan wat iemand zou willen doen.

Contact is de wisselwerking met je omgeving. In contact probeer je je eigen behoefte te bevredigen maar vaak is dit maar beperkt of helemaal niet mogelijk omdat andere mensen wat anders willen. Dan ontstaat er een spanningsveld. Doel van contact is om tot de best mogelijke afstemming te komen.

 Wat is moeilijk aan Gestalt?

Het moeilijke aan Gestalt is dat er weinig houvast van buitenaf gegeven wordt in de vorm van regels of protocollen. Telkens weer doe je niets anders dan samen met je cliënt afdalen naar het midden van zijn (problematische) situatie en van daaruit samen met de cliënt uitzoeken wat er nodig is en hoe dit het best in contact gerealiseerd kan worden. Dit afdalen vraagt van de Gestalt werker een onbevangen openheid naar het unieke leven van de cliënt. Onbevangen wil zeggen: niet gevangen in theorieën, modellen, gedachten en vooronderstellingen die het gevaar in zich hebben dwingend en belerend te worden. Daarmee blijven zowel cliënt als hulpverlener uit de vervreemding van hun zintuigen en hun lichaam en houden zij een levend contact met de realiteit.

Om Gestalt te leren is een persoonlijke ontwikkeling nodig die je in staat stelt te beschikken over je eigen waarnemingen, gevoelens en ervaringen. Slechts vanuit deze sensitieve zelfkennis is het mogelijk je in de situatie van anderen te verplaatsen en hierover contact aan te gaan. Dit betreft het doorleefde “bloedleren” zoals door Reiner Maria Rilke beschreven.

Om eer te betuigen in enkele zinnen moet men veel steden, mensen en dingen gezien hebben.
Men moet de dieren zien en voelen hoe de vogels vliegen en de lieftalligheid zien in het opengaan van kleine bloemen in de morgen.
Men moet terug kunnen denken aan ongekende wegen in verre gebieden. Aan onverwachte ontmoetingen en vertrekken die men had zien aankomen. Aan dagen in de kindertijd die we nog steeds niet begrijpen. Aan ouders die pijn deden terwijl ze vreugde moesten brengen en dat niet verstonden. (Dat was een vreugde voor iemand anders).  Aan kinderziekten die zo vreemd begonnen met een reeks belangrijke en diepgaande veranderingen. Aan dagen teruggetrokken in de kamers in de stille morgen aan zee, aan de zee zelf, aan zeeën, aan nachten waarin we met de sterren mee reisden en het is nog niet genoeg dit alles te overdenken.
Men moet herinneringen hebben aan de vele nachten van liefde waarin er geen één was als een ander. Aan kreten van vrouwen in barensnood en aan lichte witte slapende vrouwen die opnieuw zichzelf sloten in het geboortebed.
Men moet ook naast de doden gezeten hebben in een kamer met open raam met levendige geluiden en toch is dat nog niet genoeg om te zeggen dat je genoeg weet en kan putten uit eigen bron.
Men moet in staat zijn alles te vergeten zeker al het vele en met veel geduld te wachten tot ze opnieuw verschijnen.
En toch is het nog niet genoeg voor de herinnering zelf. Niet tot ze verworden zijn tot bloed in ons zelf tot glans en glorie naamloos en niet meer vervreemd van ons zelf en dan kan het gebeuren dat op een moment het eerste woord ontstaat uit het zelf en vandaar gaat. (Vertaling Suzanne Haest)